Draaikolken.nl

Werk

Over

             
Maelstrom            
Inica Loe over het werk van Mara van der Kleij          
           

Ik zie een nuffig meisje. Nee ik zie twee nuffige laarsjes die parmantig hun neuzen laten wippen. Nee ik zie kleine meisjes met losse haren en wapperende jurkjes. Ze zitten in een draaimolen die in het rond vliegt. Alle gebeurtenissen uit de jeugd vliegen voorbij. Dat zie je omdat er ook woorden in het rond vliegen, soms half afgedekt door zwart. Draaimolen, zwart, krantenpapier, wapperende meisjes, rondvliegende woorden. Ik moet er bijna van huilen. Draaimolen

Het ergens niet mee eens zijn. Ergens achter staan maar het niet zeggen. Ergens achter staan en niet tevoorschijn komen. Kribbigheid. Aangebrand zijn en de dingen vanzelfsprekend vinden en being vehement.

Ik zie aaibare pistolen in een vitrine. Ze staan, hangen, liggen. Ze zijn lekker, angstaanjagend of weggelopen uit een Daliesk toneelstuk. Ik wil ze aanraken om te voelen hoe glad ze zijn, of zacht, of eng. Enkele pistolen zijn schattig. Macht - een vies woord? Wie wil er geen macht hebben? Macht is eng.

Laat mij wegzweven, zo volmaakt en rond als een zeepbel. Zachtjes tinkelend vervolg ik mijn weg, langs bomen en huizen. Ik zweef tevreden omhoog, een beetje opzij, en vul het vlak. Is er iets mooiers dan een zeepbel? Iriserend - alleen het woord al. IJl en vast.

Grr. Ik verstop mij onder de grond. Ik ben weggedoken in mijn hol en sta niemand te woord. Het bordje ´Niet Thuis´ staat voor de deur. Klop niet aan want ik ben er niet. Onder de grond doe ik dingen die niemand wat aangaan. En omdat ik er niet over praat weet ook niemand wat ik doe. Zelfs niet dát ik het doe. Het bevalt me zo.

Ik straal. Ik schitter en schetter en zend al mijn stralen uit. Ik ben een object, gehuld in geheimzinnigheid. Ik verhul mijn geheim in mijn uiterlijk. Niemand weet wie ik ben, al zien ze de glans die van mij afstraalt. Mijn object-zijn weet zichzelf tot het uiterste staande te houden. Zo is het goed. De wereld van de objecten is gevaarlijk en wordt slechts met moeite betreden. Ontsloten: nee.

Ik wil ín het avontuur. Duik in de diepte. Een schip dat eerst naar beneden wordt gezogen en vervolgens tegen de wand van de kolk geplakt circulair en cylindrisch weer omhoog komt. Mooie woorden voor een huiveringwekkend verschijnsel. De razende pracht van de watertornado. Onpeilbare diepte om in af te dalen en te verdrinken. Midden in een slurf van water - lucht, het niks, de afwezigheid van iets zichtbaars. Zijn het de verhalen van Edgar Allan Poe die beschrijven welke ijzige afgronden het innerlijk van de mens kent? Maelstrom: het woord alleen al. Goed voor een enkeltje zonder mogelijkheid om terug te keren, tenzij misschien duizenden kilometers verderop in kleine stukjes. Waarom heb ík zo´n bulderende doorgang in mijn nachtmerries? Waar vertoef ik wanneer ik afdaal in de vloeibare schacht? Op de grens tussen terugdeinzen en vermoeden.

We kunnen weigeren mee te werken. Mijn onvermogen is mijn schaamte. Luister nu toch eens. Het is tijd voor zichtbaarheid. Nee het is tijd voor dwarsheid. Het gaat niemand iets aan. Wat ik bedoel, daar gaat het helemaal niet om! Het gaat om het Wetboek van Strafrecht. Want het gevaar is nooit ver weg. Ik wil nu kwetsbaarheid. Geestig hoor: de klunzigheid van wraak. Kun je begeerte naar weerstand hebben?

Moeders. Moeders met bollen. Moeders met ballen. Moeders met borsten en pistolen. Een jurk van rood bloed. Nee een mantel van verlies. Vergetelheid uit de verte. Tegelijk bescherming van het leven. Hier wordt gewerkt, dat is duidelijk. Denk maar niet dat je ook maar in de buurt kunt komen van waar ik mee bezig ben. Voordat je het gedacht hebt heb ik je al gezien. Je bent niks vergeleken met mij. De zon is een bol, de maan is een bol, ik ben een vrouw. Je kunt niet aan mij tippen. Mijn kracht is waar het om gaat. Ik zit en ben. Daarmee is alles gezegd.

© Inica Loe,
Amsterdam, 22 juni 2011